Spin Off management bv
Oudegracht 59, 1381 CH Weesp 
info@spinoffbv.nlmailto:info@spinoffbv.nlshapeimage_1_link_0
Spin Off management bv
 

Een uitvinder, wat is dat voor iemand ?

Uitvinders, je hebt ze in alle soorten en maten. Jong en oud, arm of rijk, man of vrouw. Eigenlijk schuilt er in ieder mens een uitvinder. Je hoeft er niet voor gestudeerd te hebben. Wat alle uitvinders wél gemeenschappelijk hebben is dat het creatieve en gepassioneerde mensen zijn, dat ze slim zijn én hun handen uit de mouwen steken.

Ze kunnen óók heel eigenwijs zijn. Nee, dat zijn ze eigenlijk altijd! Maar dat is een goede eigenschap. Want als je echt in iets gelooft en niemand begrijpt het, of iedereen zegt dat het niet kan, en niemand wil er geld in steken, dan moet je wel een echte doorzetter zijn.

Een succesvolle uitvinder is er een die altijd doorgaat. Tot hij (of zij) erbij neervalt.


Werken met uitvinders is leuk werk. Want de meeste uitvinders zijn leuke mensen. Ze zijn heel erg gemotiveerd en overtuigd van hun ideeën. Ze hebben een droom die ze willen waarmaken. De droom dat hun product realiteit wordt, dat ze er succesvol mee worden, misschien wel rijk, of beroemd. Ze zijn er vol van. En dat is mooi, dat is positieve energie.


Wanneer is iets nou eigenlijk een uitvinding ?

Simpel gezegd: Je moet de wereld iets te bieden hebben met jouw vondst. Als er namelijk niemand te vinden is die er gemak van ondervindt, niemand die er geld mee bespaart of er geld voor wil betalen, dan heb je eigenlijk niets aan je idee. Je kan ook zeggen dat een uitvinding een oplossing moet zijn voor een probleem.

Andersom kan ook. Er zijn uitvinders genoeg die eerst iets slims uitdokteren, zonder nog te goed te weten wat je ermee kunt doen. Dan zoeken ze er daarna (min of meer noodgedwongen) een probleem erbij om op te lossen. Dat is wel lastiger, maar het kan óók. Wel kan het gevaarlijk zijn om er te lang mee dor te gaan. Het gevaar is, dat je je blindstaart op het idee zelf. Op de slimme techniek en niet op de toepassing. De roze bril, tunnelvisie.


In mijn praktijk vraag ik zo’n uitvinder: Behalve dat je het zélf heel leuk vindt, welk probleem los jij nu eigenlijk op ? Of: Wat staat er straks in jouw etalage ? Wie gaat het van je kopen, voor hoeveel geld, en waarom dan wel ? Dát moet je namelijk óók allemaal weten. Dat uit te zoeken hoort óók bij het uitvinden. Tenminste - als je succes wil hebben. Want, zou je al die tijd, geld en energie in je uitvinding blijven steken als je wist dat niemand het ooit ging kopen? En daar blijft het helaas nog wel eens steken. De uitvinder steekt de kop in het zand, “weet” gewoon dat hij gelijk heeft. En gaat, tegen beter weten in, net zo lang door tot hij gelijk krijgt (of failliet is).


Dus een echte uitvinding is méér dan een goed idee. Een goed idee kan iedereen hebben. Nee, laat het maar eens zien. Máák het maar eens. Laat zien dat het goed werkt en vervolgens: toon aan wie er blij van wordt. Waarin jouw idee beter is of goedkoper dan álles wat er al is. Laat zien, wie het van je zal kopen en hoeveel die er voor over heeft. Dán ben je goed bezig !

Wat de uitvinder onderscheidt van de hobbyist is, dat de uitvinder ook als ondernemer denkt. Dat betekent onder andere: concentreren op de markt en niet alleen op de techniek. Je ideeën dus ook willen aanpassen aan de markt, als het nodig is. En zelfs afscheid durven nemen van je idee, als het economisch niet levensvatbaar is. En met name dat laatste is voor veel uitvinders moeilijk. Begrijpelijk ook wel, natuurlijk.


Moet je een uitvinding geheimhouden ?

Een uitvinder zit meestal bovenop zijn idee. Hij zou het liefst eeuwig geheimhouden en aan niemand vertellen. Geheimhouding is natuurlijk dé manier om te zorgen dat je idee niet gestolen wordt. Maar daarmee kom je meestal niet verder. Je moet namelijk juist de boer op, erop uit. Om klanten te vinden of om met bedrijven te praten die het voor je kunnen produceren. Maar zo’n bedrijf zou ook een concurrent van je kunnen worden…. En hoe pak je dat aan ?

Als geheimhouding geen optie is, dan kan het zinvol zijn om een octrooi ('patent') aan te vragen. Dat geeft je als uitvinder voor een bepaalde periode (meestal 20 jaar) een alleenrecht om het te maken en te verkopen in een bepaald gebied, bijvoorbeeld in één of meer Europese landen.

Is het eigenlijk niet raar dat je met een octrooi een soort monopolie krijgt ? Want we willen toch juist dat er vrije concurrentie is ? De achtergrond hiervan is, dat de overheid innovatie wil stimuleren - en daarmee de economie. En zeg nou zelf, als je zoveel arbeid en geld steekt in iets wat jij helemaal uitdenkt en uitwerkt, dan wil je toch niet dat een concurrent dat zo maar kan gaan namaken. Daarvoor dient dus een octrooi, of beter gezegd: Een octrooirecht. Bedrijven als Philips, Samsung en Apple drijven erop. Ze zouden anders niet meer kunnen investeren in nieuwe ontwikkelingen. Uitvindingen en de bijbehorende octrooirechten zijn van levensbelang geworden. Ook landen als China doen tegenwoordig mee, en niet zo’n beetje ook. Octrooien, de wereld kan niet meer zonder.


Je krijgt een octrooi dan ook niet zomaar. Daar zijn regels voor en die zijn in wetten vastgelegd. In Nederland hebben we de Rijksoctrooiwet. Er zijn ook Europese richtlijnen en allerlei internationale verdragen op dit gebied.

Een eerste voorwaarde om een octrooi te kunnen krijgen (die overal ter wereld geldt) is, dat je idee nieuw moet zijn. Het mag nog niet bestaan en ook niet gepubliceerd zijn (nergens ter wereld !). Ten tweede moet je idee inventief zijn. Dat wil zeggen, dat iemand met kennis van zaken op het vakgebied niet vanzelf op jouw oplossing zou uitkomen als hij hetzelfde probleem als jij wilde oplossen. Als je nu bijvoorbeeld een probleem hebt ontdekt, waarvan niemand zich ooit realiseerde dat het bestond, dan heb je grote kans dat je inventief bent.


In de praktijk weet je jammer genoeg tevoren nooit 100% zeker of een uitvinding aan de eisen voldoet. Want je kunt nooit de hele wereld doorzoeken. Het nare is ook, dat je - zelfs als je een octrooi verleend hebt gekregen - nooit met zekerheid weet wat je octrooi waard is. Dat blijkt meestal pas jaren later, bijvoorbeeld als iemand jouw product gaat namaken. Wat doe je dan…? Vaak wordt zoiets in de rechtbank uitgevochten. En dan komt het uiteindelijk ineens op de details aan. Wat is er nu precies bedacht of nagemaakt ? En wat is er nu eigenlijk wel of niet beschermd door de conclusies in het octrooi ? Maar ook: wie heeft de langste adem, ofwel: het meeste geld ? Vraag je tevoren dus af, of je ook dát spel wilt en kunt spelen.


Hoe dan ook, het schrijven van een goede octrooiaanvraag is erg belangrijk. Het is namelijk een juridisch document. En dan ook nog eens héél erg technisch. De ervaren gemachtigde of octrooiadvocaat van de concurrent die jou een hak wil zetten gaat geheid op zoek naar de zwakke plekken. Op basis van één verkeerd geplaatst woord of komma kan je octrooi bij de rechter waardeloos blijken te zijn. Een goede octrooiaanvraag is dan ook een huzarenstukje. Een taalkundig kunstwerk op zich. Doe dit nooit zelf!  Gelukkig zijn er specialisten voor, die hiervoor een intensieve opleiding hebben gevolgd.


Is alles niet al een keer uitgevonden ? Houdt het niet een keer op ?

Kennelijk niet, want nog elk jaar neemt het aantal octrooiaanvragen toe. Steeds opnieuw ontstaan er nieuwe ideeën. Steeds weer zien uitvinders en ondernemers kansen voor verbetering en innovatie.


En gelukkig maar dat er uitvinders zijn die hun nek uitsteken. Want laten we eerlijk zijn, zonder die eigenwijze, creatieve geesten; zonder die doorzetters zou onze wereld er heel anders uitzien. Dan hadden we geen wiel gehad, geen water uit de kraan, geen auto, telefoon, of internet. Alles om ons heen is een keer uitgevonden en daar mogen we ze heel dankbaar voor zijn.


Petje af voor de uitvinder !


  1. (C)Spin Off management bv




Ir. Erik Spin is technisch, creatief en juridisch geschoold en is een ervaren ondernemer en projectmanager.


Erik studeerde af aan de TU-Delft als ingenieur Industrieel Ontwerpen en is IPMA gecertificeerd projectmanager. Hij doorliep de Beroepsopleiding voor Octrooigemachtigden, waarna hij zich zelfstandig vestigde als (parttime) innovatie-adviseur.


Door ruim 20 jaar ervaring, waarvan 10 jaar als ondernemer, kent hij de kansen en valkuilen van technische productontwikkeling en innovatief ondernemerschap.


Hij is een NOVU erkend uitvinder en voormalig bestuurslid van de NOVU (Nederlandse Orde van Uitvinders).


Talenkennis:

EF niveau C2 Engels en C1 Duits, wat van pas komt bij het bestuderen en vertalen van de veelal internationale octrooidocumenten.